Onbegrip

“Mijn vrouw en ik huilen elke dag”. Hij kijkt mij met zijn donkerbruine ogen strak aan. Begrijp ik wat hij zegt? Jazeker. Hij is niet de eerste vluchteling die ik ontmoet. Vanuit mijn werk sprak ik er velen. Ik hoorde en las veel van hun verhalen. Bovendien heb ik een groot – soms te groot – inlevingsvermogen. Dus ik begrijp zeker wat hij zegt.

De man voor me vertelt me zijn verhaal. Ik leg het vast. De organisatie waarvoor ik werk is ervan overtuigd dat mensen elkaar beter begrijpen en meer mededogen met elkaar hebben als zij hun verhalen met elkaar delen. Ik voel dat ook zo. De man vertelt over zijn leven voor de oorlog, hoe de strijdende milities zijn land verscheurden, zijn vlucht en zijn leven in Nederland. Hoe heftig de ervaringen die hij op bijna poëtische wijze schetst. Terwijl ik aantekeningen maak, kijk ik af en toe onderzoekend naar zijn gezicht. Wat doet het ophalen van deze herinneringen met hem? Hij kijkt me open aan. Soms schaam ik me bijna voor de indringende vragen die ik stel. Hij geeft me zonder aarzelen antwoord.

Zijn gezicht licht op als hij vertelt over de tijd, nog niet eens zo heel lang geleden, toen hij nog zoveel plannen had voor de toekomst. Hij maakt veel zijsprongen in zijn verhaal over zijn leven voor de oorlog. Alsof hij aarzelt de deur door te gaan die leidt naar de ruimte waar al die vreselijke ervaringen zijn opgeslagen. Dapper stapt hij naar binnen. Hij schetst de plannen die aan duigen vielen. Memoreert de mensen die hem waarschuwden dat hij moest vluchten, omdat hij te openhartig zijn mening gaf en beschrijft de jonge vrouw die hij trouwde, maar die niet met hem mee kon gaan. Dan volgen de gruwelijke details van zijn vlucht. Hoe hij en zijn medevluchtelingen als vee werden behandeld. De discriminatie en mishandelingen die zij moesten ondergaan en uiteindelijk de wanhoopspoging met die vreselijke boottocht. Hoe hij dacht dat hij doodging, daar met al die mensen op elkaar gestapeld in het ruim van het schip.

Nadat hij samen met honderden lotgenoten is gered, komt het deel van het verhaal waar hij weer wat vrijer kan ademhalen. Hij schetst de verwondering die hij voelt over de manier waarop in Nederland ons leven is georganiseerd. Hij vindt het fantastisch. Later, als het weer veilig is, wil hij terug naar zijn land. Hij voelt zich verplicht de jongere generaties daar te helpen eenzelfde maatschappij op te bouwen als hier in Nederland. Voor nu is hij druk bezig de Nederlandse taal te leren. Samen met zijn vrouw, die hem is nagereisd. Zijn ogen sprankelen en hij lacht. Dan zegt hij: “Toen de broer van mijn taalcoach langskwam en zij elkaar omhelsden, waren mijn vrouw en ik allebei in tranen.”
“Waarom?”, vraag ik. “Omdat we op zo’n moment onze familie missen”, legt hij uit. “Wij kunnen onze broers en zussen, onze vader en moeder niet meer omhelzen”
Ik voel me onnozel. Ik kan nog zoveel lezen, horen of me proberen te verplaatsen in het gevoel van de ander: wat het is om vluchteling te zijn, weet ik niet. … Gelukkig niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s